A leeg A
home > organisatie > geschiedenis
Logo jubileum Arme kant van Nederland

Tussen barmhartigheid en gerechtigheid

Beschouwing over de geschiedenis van de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA,
periode 1987 - 1993

Er zijn in de ontstaansgeschiedenis van de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA meerdere cruciale momenten aan te wijzen. Maar de eerste conferentie ‘De arme kant van Nederland’ op 29 september 1987 beschouwen we toch als dé dies natalis. Het jaar 2012 is dus een zilveren jubileumjaar: op 29 september ‘vieren’ we het 25-jarig bestaan.
In 2012 hebben we daarom een speciale rubriek in ons kwartaalblad de Arme Krant. In ieder nummer blikt een gastschrijver terug op een periode uit de geschiedenis. Daarin zal steeds gekeken worden naar de maatschappelijke en economische ontwikkelingen in die tijd, naar het beleid dat gevoerd werd en naar de manier waarop de (kerkelijke) anti-armoedebeweging zich opstelde.
Dr. René Gabriëls, als filosoof en sociaal wetenschapper verbonden aan de Faculteit Maatschappij- en Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht, bijt het spits af met een beschouwing over de periode 1987 - 1993.

Inleiding

De Joodse filosoof Emmanuel Levinas (1905-1995) stelt dat met name de Westerse cultuur geen recht doet aan de ander. Het is een cultuur die de ander primair ziet als een bedreiging van de eigen vrijheid. Individuen en groepen zijn ertoe geneigd om de ander vanwege zijn vreemde gewoonten uit te sluiten, te doden of in het beste geval er een contract mee af te sluiten. Alleen wanneer de ander zijn vreemde gewoonten achterwege laat is hij welkom en wordt hij geholpen. Gastvrijheid en hulpvaardigheid zijn nooit onvoorwaardelijk. Geheel volgens de economische ruilgedachte (geven en nemen, rechten en plichten) wordt de ander alleen met open armen ontvangen of geholpen wanneer hij aan specifieke voorwaarden voldoet.

Levinas verzet zich tegen de dominante wijze waarop over de relatie tussen 'ego' en 'alter' wordt gedacht, en kritiseert ook het daarop geënte handelen. Daarvoor heeft hij een filosofie van het gelaat ontwikkeld die ervan uitgaat dat alter op ego een ethisch appèl doet. Dit appèl houdt in dat ego, indien nodig, onvoorwaardelijk steun behoort te geven aan alter. Door het zien van het gelaat van alter wordt ego aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid dragen betekent de ander iets geven zonder daarvoor iets terug te verlangen. Er zijn voor de ander geeft volgens Levinas zin aan het leven. Het gelaat van de ander kan iemand bevrijden van zijn egocentrisme en hem op het spoor van het goede brengen. Het gelaat van de ander zegt dat hij niet wil worden gedood, uitgesloten of slechts als een middel voor een hoger economisch doel te worden gebruikt. Vandaar dat militairen makkelijker doden als ze hun slachtoffers niet zien, de blik van de bedelaar op straat wordt ontweken en mensen zich verzetten tegen de economisering van allerlei bereiken in de samenleving (zorg, onderwijs, gezin, etc.) die daar een lange tijd nog van gevrijwaard waren.

Naar de top van de pagina

Recht doen aan ethisch appèl van de ander

De interkerkelijke werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA onderschrijft, wellicht onbewust, Levinas’ gedachte dat recht moet worden gedaan aan het ethisch appèl van de ander. Met woord en daad geeft zij zich rekenschap van het appèl dat met name arme mensen doen op andere burgers. De werkgroep is het resultaat van een fusie op 1 januari 1997 tussen twee afzonderlijke werkgroepen: de werkgroep ‘De Arme Kant van Nederland’ en de werkgroep ‘Economie, Vrouwen en Armoede’ (EVA). Na een aantal ontmoetingen vanaf 1984 richtten geëngageerde vrouwen uit diverse kerkelijke geledingen en bijstandsvrouwen de (voorloper van de) werkgroep EVA in 1989 op. Deze werkgroep ontleende alleen al haar bestaansrecht aan het feit dat significant meer vrouwen tot de armen hoorden dan mannen. Omdat dat nog steeds zo is, geldt - om met John Lennon te spreken - “Woman is the nigger of the world”.
De werkgroep ‘De Arme Kant van Nederland’ zag op 29 september 1987 het levenslicht tij-dens een conferentie van de Raad van Kerken en DISK. Ds. W.R. van der Zee, de secretaris van de Raad van Kerken, sloot zijn openingstoespraak af met de woorden: “Armoede in Nederland, mensonterend en godgeklaagd!” Deze conferentie trok veel aandacht in de media. Trouw presenteerde naar aanleiding daarvan een serie artikelen over moderne armoede. In juni van dat jaar hadden de sociologen Godfried Engbersen en Romke van der Veen ook al een veel besproken wetenschappelijke studie over armoede gepubliceerd.

Naar de top van de pagina

Erkenning?

De werkgroep ‘De Arme Kant van Nederland’ werd financieel ondersteund door kerkelijke bronnen en subsidie van het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC). Mede door een door haar georganiseerde vervolgconferentie besteedden de media ook in 1988 veel aandacht aan armoede. In tal van bladen verschenen daarover extra rap-portages. Daardoor leek het erop dat iedereen in Nederland ervan overtuigd was geraakt dat er daadwerkelijk sprake is van armoede. Illustratief daarvoor is wat een vertegenwoordiger van de beweging Vierde Wereld in de bijlage ‘De adel van de armoede’ van Vrij Nederland zei: “Tien jaar geleden moesten ze nog uitleggen dat armoede in Nederland werkelijk bestaat. Nu, na vele strekkende meters beleidsnota’s, gemeentelijke rapporten, wetenschappelijke verkenningen en na bijna maandelijkse congressen aangaande moderne, nieuwe en hedendaagse armoede, is dat zendingswerk overbodig.”

Naar de top van de pagina

Armoede geen fabel

Schijn bedriegt, want zoals nu premier Rutte glashard ontkent dat er in Nederland armoede is, deden dat destijds staatssecretaris De Graaf en minister De Koning. Pas in het begin van 1989 veranderden zij van mening. Tijdens het begrotingsdebat op 1 februari gaven zij toe dat er armoede is. De Volkskrant becommentarieerde het begrotingsdebat met de volgende woorden: “Armoede bestaat dus, óók in Nederland. Tot dat inzicht zijn de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De Koning en De Graaf, ook gekomen. In het begrotingsdebat deze week erkenden beiden dat armoede geen fabel is. Eindelijk, want jarenlang heeft het kabinet de moderne armen ontkend. Sterker, onderzoek naar de financiële en sociale nood van uitkeringsgerechtigden, werd als onhaalbaar en weinig zinvol afgedaan. Erkenning van een maatschappelijke fenomeen is één, inzicht hebben in de oorzaken is twee, en het opheffen van de nieuwe armoede is weer iets anders. Wat dat betreft is er weinig hoop op een kentering in het overheidsbeleid. Stuitend was de mededeling van minister De Koning dat voortaan de kerken en de liefdadigheidsinstellingen zich maar moeten ontfermen over de armen.”
De houding van de minister was voor ‘De Arme Kant van Nederland’ provocerend. Ds. Ab Harrewijn, prominent lid van de werkgroep, schreef op 7 februari in Trouw een artikel waarin hij stelde: “De gevolgen van zeven jaren De Koning/De Graaf zijn toch merkbaar in een drastische verarming? (…) Met al hun economen achter zich geven De Koning en De Graaf dat nu pas schoorvoetend toe. Het idee dat economen en ministerie-ambtenaren ‘deskundig’ zijn en de stralenkrans van ‘feitelijk’ en ‘reëel’ mogen dragen klopt niet met de feiten. Veel dominees gaan al deze deskundigen vóór in het zien van de feiten van de verarming zelf. Hun feitelijke kennis is nog veel groter. (…) Trouwens, wie kennen hun eigen situatie beter dan de mensen zelf. De bewindslieden moeten eens ophouden met hun ergerlijke gewoonte er telkens een heel leger van economen, sociologen en andere deskundigen tussen te schuiven.”

Naar de top van de pagina

Niet alleen over, maar met de armen

De werkgroep ‘De Arme Kant van Nederland’ praatte niet alleen over maar ook met de armen, de ervaringsdeskundigen, en verleende hen ook een stem. Zo organiseerde zij op 19 mei 1990 op het Malieveld de grote manifestatie ‘Nederland tegen verarming’. Deze mani-festatie was zeer succesvol, omdat ze in de publieke opinie veel los maakte. Hetzelfde geldt voor het rapport ‘Armoede Opgelost…? Vergeet Het Maar!’ dat op 19 maart 1991 verscheen en aan de toenmalige minister Hedy D’Ancona van WVC werd aangeboden. Dit rapport is niet alleen rijk aan analyses van de armoedeproblematiek, maar biedt ook een goed overzicht van allerlei activiteiten tegen de armoede. In het begin van 1993 werd het rapport ook in de Tweede Kamer besproken. Bij die gelegenheid werd ook de petitie ‘Armoede nog lang niet opgelost’ aangeboden, die voorzien was van een groot aantal handtekeningen. De grote aandacht die ‘De Arme Kant van Nederland’ daarmee van de media trok, kan niet verhelen dat politici sindsdien hun beleid niet noemenswaardig hebben veranderd. Zij trokken zich ook niets aan van de kritiek die de werkgroep in 1992 had geuit op de desastreuze ingrepen in de WAO.

Naar de top van de pagina

Barmhartigheid en gerechtigheid verbinden

Toen en ook nu wijzen politici die aan het roer staan erop dat de oorzaak van armoede vooral bij de armen zelf gezocht moet worden. Zij maken niet gebruik van de bestaande regels, zijn niet actief bezig met het zoeken van een baan, etc. De werkgroep ‘De Armoede Kant van Nederland’ wijst er terecht op dat armoede “mede het gevolg is van politieke keuzes.” Door te stellen dat niet zozeer de armen, maar armoede het probleem vormt, vraagt zij aandacht voor het verdelingsvraagstuk. En wie zich de vraag stelt of de koek eerlijk verdeeld wordt, zal het niet alleen over armoede moeten hebben, maar ook over rijkdom. Dat betekent dat hulp in geval van armoede eerder een zaak van gerechtigheid dan van barmhartigheid is. Voor arme mensen moet het niet een gunst zijn om geholpen te worden, want dat is dikwijls vernederend. Het is een recht. Barhartigheid is goed voor het lenigen van acute nood, maar niet voor het aanpakken van de structurele oorzaken van armoede. Het laatste betreft de eerlijke verdeling van de rijkdom in de wereld, en is dus een kwestie van gerechtigheid. Een van de meest uitdagende vragen voor de werkgroep ‘De Arme Kant van Nederland/EVA’ luidt: hoe moeten barmhartigheid en gerechtigheid met elkaar worden verbonden?
Voor Levinas gaat het bij barmhartigheid en gerechtigheid om menselijke waardigheid. Dat houdt in dat de ander wordt gerespecteerd zoals hij is. Voor zowel barmhartigheid als gerechtheid geldt dat zoveel mogelijk vermeden moet worden dat de ander wordt geabsorbeerd in het eigen denken en handelen, dat de ander zich volledig dient aan te passen aan de door derden vastgelegde normen. Vanuit het perspectief van arme mensen is het beleid van de huidige regering onbarmhartig en onrechtvaardig. Nederland zou pas een beschaafd land zijn wanneer mensen ook geaccepteerd worden wanneer ze volgens de heersende economische criteria niet verdienstevol zijn, indien ze niet tot de zogenaamde ‘hardwerkende Nederlanders’ behoren.

René Gabriëls

  • Klik hier om de pdf-versie van bovenstaand artikel te downloaden.
  • Klik hier een jubileumspecial te downloaden, met een bundeling van bovenstaand en onderstaande artikelen.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 2007 - 2012.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 2000-2006.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 1994 - 1999.
  • Klik hier voor een overzicht van de hoogtepunten sinds 1987.
  • Klik hier voor een overzicht van de uitgaven sinds 1987.

Wilt u het met iedereen of een groep in een netwerk delen, klik dan op één van onderstaande knoppen:

 



Naar de top van de pagina

Naar overzichtspagina organisatie

 

Geschiedenis werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA