A leeg A
home > organisatie > geschiedenis
Logo jubileum Arme kant van Nederland

Herinneringen van een onderzoeker

Beschouwing over de geschiedenis van de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA,
periode 1994 - 1999

In het kader van het zilveren jubileumjaar van de werkgroep blikken we terug op armoede, armoedebeleid en anti-armoedebeweging in de afgelopen 25 jaar. In dit nummer aandacht voor de jaren 1994 – 1999. Dat waren jaren waarin er meer politieke erkenning en aandacht kwam voor armoede, onder meer in de vorm van vijf Sociale Conferenties en vijf Jaarrapporten Arm Nederland.
Dr. Erik Snel, socioloog en onderzoeker bij de Erasmus Universiteit Rotterdam, was er als mede-organisator van de conferenties en mede-auteur van de rapporten nauw bij betrokken. Hij blikt als gastschrijver terug op deze periode.
We vullen de beschouwing aan met een overzicht van activiteiten van de werkgroep en foto’s uit deze periode.

Inleiding

Midden jaren negentig van de vorige eeuw vonden ingrijpende veranderingen plaats in het denken over armoede in Nederland en in het gevoerde armoedebeleid. Tot die tijd mocht eigenlijk niet over armoede gesproken worden. Hoewel het aandeel arme huishoudens in Nederland vooral in de tweede helft van de jaren tachtig vanwege de toenmalige economische crisis hoog opliep, was het woord ‘armoede’ in beleidskringen taboe. Dat is op zich wel begrijpelijk. Het woord ‘armoede’ is immers een normatief beladen begrip. Het verwijst niet zomaar naar huishoudens met een relatief gering inkomen, maar naar een verschijnsel dat in onze hoogontwikkelde verzorgingsstaat eigenlijk niet mag bestaan.
Als we erkennen dat er armoede is in het land, zo moet men indertijd hebben gedacht, dan erkennen we in feite dat de verzorgingsstaat heeft gefaald. En dus, dat er iets moet worden gedaan (wat uiteraard geld kostte, dat er nu juist niet was). Opeenvolgende ministers, staatssecretarissen en andere beleidsvoerders putten zich uit in eufemismen zoals ‘minima’, ‘echte minima’ en zelfs ‘meerjarige echte minima’ – alles om het woord armoede maar niet in de mond te hoeven nemen.

Naar de top van de pagina

Erkenning

Ad Melkert, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het eerste paarse kabinet, was de eerste die midden jaren negentig de moed had om formeel te erkennen dat er ook in Nederland armoede is. Hij deed dat in de nota ‘De andere kant van Nederland - over preventie en bestrijding van stille armoede in Nederland’ (1995). In die nota werden vooral de individuele oorzaken van armoede genoemd: “werkloosheid, toename van vaste lasten, langdurig rondkomen van een minimuminkomen, ingewikkeldheid van regelingen, vaardigheden van mensen, sociaal-psychologische factoren of tegenslagen in de privé-sfeer." Structurele oorzaken van armoede (werkloosheid, stijging van vaste lasten) worden wel genoemd, maar het accent ligt toch bij individuele oorzaken waardoor mensen in financiële problemen komen. De nota kondigde diverse maatregelen af in de sfeer van inkomensondersteuning en gesubsidieerde werkgelegenheid (de ‘Melkertbanen’), want ook Melkert zag werk als belangrijkste oplossing voor armoede. Verder gaf Melkert opdracht voor wetenschappelijk onderzoek over armoede en sociale uitsluiting in Nederland, en voor jaarlijkse sociale conferenties over armoede en het gevoerde armoedebeleid. Het wetenschappelijk onderzoek leidde tot vijf Jaarrapporten armoede en sociale uitsluiting onder redactie van Godfried Engbersen, Cok Vrooman (SCP) en ondergetekende. Ik had tevens zitting in de Stuurgroep die de jaarlijkse Sociale Conferenties moesten voorbereiden. Hierbij mijn herinneringen aan die periode.

Naar de top van de pagina

Sociale Conferenties

Het idee achter het organiseren van grote Sociale Conferenties over armoede en het gevoerde armoedebeleid was zondermeer goed. De betrokkenen (‘stakeholders’ zouden we nu zeggen) moesten immers hun stem kunnen laten horen en kunnen meepraten over het gevoerde beleid. Arme mensen en bijstandsgerechtigden zijn geen passieve slachtoffers van armoede, maar mondige burgers die moeten worden gehoord! Achteraf is het echter wel de vraag of deze verwachtingen zijn uitgekomen bij de vijf sociale conferenties die tussen 1996 en 2000 op instigatie van Melkert en zijn opvolgers zijn georganiseerd. Zeker, anti-armoedeorganisaties zoals 'Sjakuus' en 'De arme kant van Nederland' waren aanwezig en konden hun zegje doen, maar of hun stem de mening van de vele aanwezige landelijke en lokale politici en beleidsvoerders echt beïnvloedde? Ik betwijfel of de sociale conferenties tot echte beleidsveranderingen van de nationale of lokale overheden hebben geleid. Wel droegen ze bij tot grote media-aandacht en daarmee tot een publieke bewustwording van het armoedevraagstuk in Nederland. Dat begon in 1996, direct na de manifestatie 'Deelnemen en meedelen' van 'De arme kant van Nederland', meteen goed door de controversiële uitspraak van bisschop Muskens dat arme mensen een brood mogen stelen. Voor- en tegenstanders van de stelende armen vulden de krantenkolommen.

Naar de top van de pagina

Jaarrapporten Arm Nederland

Onze jaarrapporten over armoede en sociale uitsluiting presenteerden enerzijds de jaarlijkse armoedecijfers en anderzijds wetenschappelijke analyses over armoede en evaluaties van het gevoerde beleid. Het eerste jaarrapport gaf een algemeen overzicht van armoede in Nederland (inclusief een beschouwing over de definities van armoede in een ontwikkelde samenleving als de Nederlandse), het tweede ging in op specifieke kwetsbare groepen, het derde op de effecten van armoede, het vierde op de spanningsverhouding tussen armoede en de verzorgingsstaat en het vijfde blikte afsluitend terug op de ontwikkeling van armoede in Nederland in de voorgaande periode en op het gevoerde armoedebeleid.
Wat betreft de armoedecijfers waren we elk jaar in spanning of het aantal arme huishoudens (´sociale minima´) in Nederland was afgenomen. Hoewel het Nederland indertijd economisch zeer voor de wind ging (in de internationale literatuur werd zelfs gesproken van een 'Dutch Miracle') en er sprake was van een sterke banengroei, bleef de omvang van armoede in Nederland vrij constant. Pakweg één op de tien Nederlandse huishoudens had een inkomen onder of rond bijstandsniveau, en dat veranderde nauwelijks in de loop der jaren.

Met de jaarrapporten probeerden we ook media-aandacht te trekken en dat lukte vooral door een kleine controverse met de minister. Zo voorspelde collega Paul de Beer (SCP) in het eerste jaarrapport dat de 'Melkertbanen' niet of slechts beperkt tot doorstroming naar regulier werk zouden leiden. De naamgever van deze banen was niet gelukkig met deze (achteraf juiste) voorspelling. Het tweede jaar haalden we de media met enkele studies over de negatieve gevolgen van armoede voor opgroeiende kinderen – een indertijd betrekkelijk nieuw thema in Nederland, dat ook door de anti-armoedebeweging al was opgepakt. Het is helaas nog steeds actueel! Ook onze herhaalde stelling dat werk niet per definitie een oplossing voor armoede is - we troffen immers steeds meer werkenden onder de armoedegrens - leverde de nodige politieke commotie op. Dit mocht eigenlijk niet worden gezegd!

Arm Nederland

Gerard Engbersen, Cok Vrooman en Erik Snel stelden tussen 1996 en 2000 vijf Jaarrapporten over armoede en sociale uitsluiting samen.
De titels waren:

  • Arm Nederland, 1996
  • De kwetsbaren, 1997
  • Effecten van armoede, 1998
  • Armoede en verzorgingsstaat, 1999
  • Balans van het armoedebeleid, 2000


Naar de top van de pagina

Armoedeval

Eind jaren ’90 veranderde het politieke klimaat rondom armoede en armoedebeleid in Nederland. Melkert’s opvolgers (De Vries en Vermeend) zagen niet zozeer armoede op zich, maar de armoedeval als het centrale probleem. Dit is het (vermeende) verschijnsel dat mensen vanwege de inkomensvoorzieningen voor lage inkomens niet bereid zouden zijn om betaald werk te aanvaarden en daarmee hun inkomenspositie structureel te verbeteren. Met name de collega´s van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) stelden herhaaldelijk dat het idee van een armoedeval een theoretische notie is (we dénken dat mensen niet gaan werken als ze er financieel weinig op vooruit gaan), dat echter in de praktijk niet is vastgesteld. Het toenemende aantal werkende armen bewijst immers dat mensen kennelijk bereid zijn om te werken, ook als ze er financieel weinig mee opschieten! Het idee van de armoedeval bleek echter hardnekkig en was er mede de oorzaak van dat het armoedevraagstuk geleidelijk aan van de publieke en politieke agenda verdween.

Naar de top van de pagina

Columbus-complex

In het eerste jaarrapport spraken we van het ‘Columbus-complex’. Net zoals Amerika diverse malen werd ontdekt (eerst door de Vikingen, later door Columbus), zo lijkt dat ook het geval te zijn met armoede. De armen zijn vaak een verborgen categorie, die dan opeens herontdekt wordt. Midden jaren negentig werd armoede opeens herontdekt als urgent sociaal probleem, zowel in Nederland als elders. Dit ging gepaard met allerlei nieuwe termen. Zo werd gesproken van ‘nieuwe armoede’ en ‘sociale uitsluiting’ als het nieuwe gezicht van armoede in rijke landen. Na de millenniumwisseling verdween het armoedevraagstuk weer van ons collectieve netvlies en hadden we vooral aandacht voor andere vraagstukken (integratie, Islam, enz.). Het aantal minimumhuishoudens in Nederland daalde ook enigszins in deze jaren, zij het slechts zeer geleidelijk. Pas sinds de economische crisis van 2008 is er, zowel nationaal als lokaal, weer meer aandacht voor het armoedevraagstuk. Vooral vraagstukken zoals armoede bij kinderen (wat betekent opgroeien in armoede voor kinderen?) en werkende armen (zijn zij de slachtoffers van de dominante trends van globalisering en flexibilisering van de hedendaagse economie?) trekken daarbij de aandacht. Kortom, armoede is een blijvend onderwerp van zorg, ook in Nederland.

Erik Snel

  • Klik hier om de pdf-versie van bovenstaand artikel te downloaden.
  • Klik hier een jubileumspecial te downloaden, met een bundeling van bovenstaand en onderstaande artikelen.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 2007 - 2012.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 2000-2006.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 1987 - 1993.
  • Klik hier voor een overzicht van de hoogtepunten sinds 1987.
  • Klik hier voor een overzicht van de uitgaven sinds 1987.

Wilt u het met iedereen of een groep in een netwerk delen, klik dan op één van onderstaande knoppen:

 



Naar de top van de pagina

Naar overzichtspagina organisatie

 

Geschiedenis werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA