A leeg A
home > organisatie > geschiedenis
Logo jubileum Arme kant van Nederland

Doorgaande verbouwing van de verzorgingsstaat

Beschouwing over de geschiedenis van de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA,
periode 2000 - 2006

In het kader van het zilveren jubileumjaar van de werkgroep blikken we terug op armoede, armoedebeleid en anti-armoedebeweging in de afgelopen 25 jaar. In dit nummer aandacht voor de jaren 2000 - 2006. Dat waren jaren van doorgaande verbouwing van de verzorgingsstaat.
Dr. Herman Noordegraaf, docent aan de Protestantse Theologische Universiteit en voormalig voorzitter van de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA blikt als gastschrijver terug op deze periode. We vullen de beschouwing aan met een overzicht van activiteiten van de werkgroep en foto’s uit deze periode.

Inleiding

De periode 2002-2006 was een roerige periode. Paars (het kabinet van PvdA, VVD en D66) was in zijn nadagen en de stijgende welvaart versluierde een maatschappelijke onvrede. Het was de populist Pim Fortuyn die deze onvrede op provocerende wijze wist te verwoorden met gebruikmaking van een schema van ‘wij’ (het gewone volk) en ‘zij’ (de regenten in Den Haag, die los gezongen waren van de werkelijkheid). Ook werd een zondebok geïntroduceerd in de vorm van de islam.

De Tweede Kamerverkiezingen van 2002, kort na de moord op Pim Fortuyn, brachten de LPF een grote winst. Deze partij bleek echter een weinig stabiele factor: het kabinet Balkenende I ging door ruziënde bewindslieden van de LPF al in 2003 ten onder. Daarna volgden de kabinetten Balkenende II (2003-2006, CDA, VVD en D66) en III (2006-2007, CDA en VVD). Onder deze kabinetten, met als eerstverantwoordelijken de minister voor Sociale Zaken en werkgelegenheid Aart Jan de Geus, Mark Rutte en later Henk van Hoof, ging de ve-bouwing van de verzorgingsstaat onverminderd door: strenger, soberder en activerend naar betaald werk.

Naar de top van de pagina

Veranderingen in de sociale zekerheid

Een belangrijke verandering in de uitvoering van de sociale zekerheid was de vorming van het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen), dat bestuurlijk meer op afstand kwam van de sociale partners (vakorganisaties en werkgevers).
Minister De Geus voerde een drastische hervorming in de WAO door met de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA), die de WAO verving. Het doel was het beperken van de instroom en de bevordering van de uitstroom. Al eerder was een traject ingezet om alle WAO'ers die jonger waren dan vijftig jaar volgens aangescherpte criteria te herkeuren. Oorspronkelijk was het de bedoeling om de leeftijdsgrens op 55 jaar te stellen, maar onder druk van massale protesten van onder meer de vakbeweging en de anti-armoedebeweging, waaronder de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA, werd de grens verlaagd. De WIA maakte een onderscheid tussen verschillende groepen arbeidsongeschikten, waarbij zij die niet volledig arbeidsongeschikt verklaard waren, een slechtere uitkeringssituatie kregen. Via financiële prikkels, ook naar werkgevers toe, wilde de regering meer arbeidsongeschikten in de betaalde arbeid hebben.
Een andere belangrijke wet die ingevoerd werd, was de Wet Werk en Bijstand, die de Algemene Bijstandswet (ingevoerd in 1965) afloste. De gemeenten kregen de verantwoordelijkheid voor het beleid dat er allereerst op gericht zou moeten zijn om mensen in de bijstand te reïntegreren in de betaalde arbeid. De WWB leidde tot een verschuiving in de balans van rechten en plichten. De nadruk op activering en sancties hadden een verzwakking van de rechtspositie van bijstandsontvangers tot gevolg, omdat deze nu sterk ingekleurd werd door gemeentelijke regelgeving en door individuele beoordeling door bijstandsambtenaren.
Nog een wet die genoemd moet worden, is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, die de verantwoordelijkheid voor zorg en welzijn (onder meer onderdelen van de AWBZ, de WVG en nog enige andere regelingen) bij de gemeente legde. Deze wet zet de eigen verantwoor-delijkheid voorop, alsmede de inzet van mantelzorgers, vrijwilligers en maatschappelijke organisaties. Hoewel het de bedoeling was om de wet in 2006 in te voeren, gebeurde dat vanaf 1 januari 2007.

Naar de top van de pagina

Sociale Alliantie

Alle ontwikkelingen werden kritisch gevolg en actief bestreden door de anti-armoedebeweging, die vanaf 2000 vorm kreeg in de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid (kortweg de Sociale Alliantie), die een paraplu vormde van een groot aantal organisaties, waaronder ook de Raad van Kerken en de werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA.
 Wat betreft het specifieke armoedebeleid moet geconstateerd worden dat de monitoring van de situatie van mensen rond het minimum een verschraling onderging. De Jaarrapporten werden vervangen door afwisselend een meer uitgebreide Armoedemonitor en een Armoe-debericht, beide verzorgd door het Sociaal en Cultureel Panbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Om armoede sterker te signaleren ging de Protestantse Kerk in Nederland over tot een onderzoek onder diaconieën, het eerste van een periodiek onderzoek waaraan meer kerken en ook de Evangelische Alliantie gingen deelnemen. Ongeveer driekwart van de diaconieën gaf aan dat zij op één of andere manier betrokken was bij de ondersteuning van mensen die financieel in de knel waren geraakt. Van die groep gaf bijna 85% aan dat zij dit deden door middel van giften. Ruim de helft verstrekte (ook) leningen. Eenzelfde percentage gaf ook hulp in natura. Het verwijzen en begeleiden naar instanties en regelingen was een andere manier van ondersteuning, die ook door bijna de helft van de respondenten werd genoemd. De lijn doortrekkend die te zien was in de antwoorden van degenen die gereageerd hadden, kon met een voorzichtige schatting gesteld worden dat er ruim 8000 individuele vragen om financiële hulp gehonoreerd waren en dat het daarbij ging om een totaalbedrag van ruim 4,5 miljoen euro.

Naar de top van de pagina

Voedselbanken

Een opvallend nieuw verschijnsel was de voedselbank. Deze nu niet meer weg te denken organisatie was in tegenstelling tot andere West-Europese landen tot 2002 in Nederland af-wezig (behoudens enige particuliere activiteiten). Initiatiefnemers waren Sjaak en Clara Sies. In 2002 richtten zij in Rotterdam de eerste voedselbank in Nederland op. Deze is gevestigd in een voormalige loods in het Rotterdamse havengebied die voor de symbolische prijs van 1 euro van het Havenbedrijf gehuurd wordt. De voedselbank nam een grote vlucht. In elke regio van Nederland is er wel één te vinden. Vanuit zo'n voedselbank worden dan weer diverse uitdeelpunten van voedselpakketten voorzien. De doelstelling van de voedselbanken is twee-ledig. Allereerst hulpverlening aan mensen in nood. De tweede doelstelling is het tegengaan van verspilling van voedingsmiddelen. Het aantal gebruikers van de voedselbanken groeide snel. In 2007 maakten er dertienduizend huishoudens gebruik van. Dat was een stijging van dertig procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Die stijging had te maken met de stijgende kosten van het levensonderhoud, terwijl de minimuminkomens daarbij zijn achtergebleven. Een andere reden was de groeiende bekendheid van de voedselbank. Deze blijken ook te fungeren als punt van ontmoeting en hulpverlening. Mensen kunnen er hun verhaal kwijt en er wordt gesignaleerd naar hulpverleningsinstanties als deze langs elkaar heen werken of er anderszins knelpunten naar voren komen. Behalve voedsel verstrekken veel voedselbanken ook andere spullen, bijvoorbeeld luiers, shampoo, tandpasta en zeep. Het waren veelal be-wogen kerkleden die het initiatief namen tot een voedselbank. Kerken raakten erbij betrokken via vrijwilligers, materiële ondersteuning, het beschikbaar stellen van een kerkruimte als uitdeelpunt, bestuurlijke deelname of anderszins. Het verschijnsel voedselbank riep uiteraard op tot bezinning: hoe heeft de anti-armoedebeweging zich ermee te verhouden? Daartoe belegde de Werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA en Kerk in Actie op 21 april 2006 een conferentie. In de verklaring die de conferentie opleverde en die binnen kerken een brede verspreiding kreeg, werd het belang van voedselbanken onderkend en waardering uigespro-ken voor de velen die met grote inzet en volharding hun werk verrichtten. Het feit dat voed-selbanken nodig zijn, is echter fundamenteel in strijd met de belangrijkste principes van de rechtsstaat. Daarom:
"Voedselbanken mogen niet meer zijn dan een tijdelijke noodvoorziening waarbij ondertussen gewerkt wordt aan een structurele verbetering van de positie van mensen in armoede. Wij roepen (…) samenleving en politiek op om zich te verplichten tot intensief beleid en maatre-gelen om verarming tegen te gaan."

Naar de top van de pagina

Verrijking

Vanuit de kerkelijke anti-armoedebeweging kreeg de andere kant van de medaille, de verrijking, ook aandacht, onder meer in de campagne ‘Gelijker = Rijker’. Via conferenties en pu-blicaties werd geprobeerd om het publieke debat daarover op gang te brengen mede met het oog op de herziening van het belastingstelsel. Een initiatief dat hiermee verbonden was, was ‘Beleggers vóór Belasting’, die een hogere belasting bepleitte op beleggingswinsten. Op de eerste jaarvergadering gaf professor Nico Wilterdink de volgende cijfers: in 1994 bezaten de 200 rijksten op aarde samen 440 miljard dollar, in 1998 was dat gestegen tot 1024 miljard. Dat is meer dan de armste 40% van de wereldbevolking (2,5 miljard mensen) samen in een jaar verdienen. In Nederland bezat in 1939 de rijkste 1% van de Nederlanders 45% van al het vermogen. In 1980 was dat 24%, maar in 1996 was dat al weer gestegen tot 42%. Op een latere conferentie over ‘Globalisering en sociale rechtvaardigheid (1 mei 2001) kreeg de toenmalige voorzitter van de FNV, Lodewijk de Waal, de handen op elkaar voor zijn voorstel om een ‘kleptocratentax’ in te voeren om de buitensporig hoge salarissen van topmanagers af te romen.
In deze jaren kreeg in de praktische ondersteuning het gemeentelijk beleid meer aandacht. Dat werd immers door decentralisatie steeds belangrijker. Voorts was er aandacht voor het versterken van weerbaarheid en ‘empowerment’, opdat in een schraler wordende verzorgingsstaat mensen zich des te beter staande zouden kunnen houden, soms uit de armoede zouden kunnen komen en in ieder geval hun kracht in konden zetten.

Herman Noordegraaf

  • Klik hier om de pdf-versie van bovenstaand artikel te downloaden.
  • Klik hier een jubileumspecial te downloaden, met een bundeling van bovenstaand en onderstaande artikelen.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 2007 - 2012.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 1994 - 1999.
  • Klik hier voor een beschouwing over de periode 1987 - 1993.
  • Klik hier voor een overzicht van de hoogtepunten sinds 1987.
  • Klik hier voor een overzicht van de uitgaven sinds 1987.

Wilt u het met iedereen of een groep in een netwerk delen, klik dan op één van onderstaande knoppen:

 



Naar de top van de pagina

Naar overzichtspagina organisatie

 

Geschiedenis werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA