A leeg A
home > projecten > sociale alliantie
Logo Sociale Alliantie

Sociale Alliantie stuurt brief over NHP en NSR

Nationaal Hervormingsprogramma 2014 en
Nationale Sociale Rapportage 2014

De Europa-2020-strategie is erop gericht om een slimme, duurzame en inclusieve economie te worden in een snel veranderende wereld. Dat doel is in 2010 gesteld door de EU. Net als andere EU-landen moet Nederland regelmatig aan de EU rapporteren hoe ver ons land gevorderd is op de weg naar de 2020-doelstellingen. Dat gebeurt binnenkort weer in het NHP 2014, het Nationaal Hervormingsprogramma 2014. En in de NSR 2014, de Nationale Sociale Rapportage. In beide rapporten staan passages over de armoedebestrijding. Het ministerie van SZW heeft concepten van deze rapportages gestuurd aan een aantal landelijke organisaties en deze de gelegenheid geboden om op- en aanmerkingen te maken op de conceptteksten. De Sociale Alliantie volstaat met een kort commentaar, waarin we nadrukkelijk afstand nemen van de strekking van beide rapporten. Waarom we afstand nemen van deze rapporten? Omdat deze rapporten geen eerlijk beeld geven van de dagelijkse werkelijkheid van honderdduizenden huishoudens in Nederland die geconfronteerd worden met armoede.

De paragraaf over ‘armoede en bestrijding van sociale uitsluiting’ (par. 4.5) van het NHP 2014 komt bij ons over als een notitie waarin de rijksoverheid zichzelf moed inpraat. Het is als het ware een mooi-weer-bericht, terwijl het buiten stormt. Het hagelt en sneeuwt, de rijp staat op de daken, maar in de burelen van de Haagse overheid schijnt kennelijk de zon. Meer mensen aan het werk en minder armoede! Dat zijn de te bereiken doelen in het sociale domein. We halen die doelen niet, we boeren zelfs achteruit. Het Armoedesignalement 2013 van het SCP/CBS (december 2013) geeft aan dat het aantal arme huishoudens in 2012 met 89.000 gestegen is tot 664.000 en dat dit aantal in 2014 nog verder zal stijgen naar 717.000. Dat is meer dan  10% van de huishoudens in Nederland. Het betekent dat in 2014 bijna anderhalf miljoen personen deel uitmaken van een huishouden met een laag inkomen. Van deze 1,5 miljoen armen zijn 384.000 personen jonger dan 18 jaar. Sinds 2007 zijn er ruim 100.000 arme kinderen bij gekomen. Verder blijkt uit het armoedesignalement dat bijna 8% van de arme huishoudens zich genoodzaakt ziet om schulden te maken.
Het zijn cijfers die verontrusting te weeg zouden moeten brengen. Cijfers die vragen om een herijking van het inkomensbeleid, een bezinning op herstel van solidariteit en een actief programma ter verkleining van inkomensverschillen. Daarvan is weinig te merken in het NHP 2014. De strekking van de rapportage is dat we als Nederland op sociaal gebied ongeveer het beste zijn als we ons vergelijken met andere Europese landen. De inkomensverschillen groeien, maar het goede bericht is dat Nederland in Europees verband de kleinste netto-inkomensverschillen heeft, aldus het NHP. Zo’n rapportage doet het wellicht goed in Brussel, maar in eigen land roept ze onbegrip en wrevel op. De huishoudens met de kleinste inkomens, de armen en hun omgeving, herkennen zich niet in dergelijke rapporten. Het vertouwen in de politiek, dat toch al niet groot was, wordt er nog verder door aangetast. De rapportage van het kabinet spreekt over het verzekeren van een adequaat minimuminkomen en over het beschikbaar stellen van banen. De werkelijkheid van arme mensen staat daar haaks op: mensen krijgen steeds minder inkomen vanwege met name het gevoerde beleid van de rijksoverheid en er komen steeds meer mensen die in de armoede gevangen blijven, ondanks het feit dat ze betaald werk hebben. De anti-armoedebeweging krijgt al jarenlang signalen van mensen die vastlopen in de bureaucratie rond de sociale zekerheid: ingewikkelde formulieren, wachttijden, toeslagenregeling die mensen in de schulden brengt in plaats van ze daartegen te vrijwaren. Steeds meer armen ervaren dat werk lang niet altijd de koninklijke weg is om aan de armoede te ontsnappen. Het armoedesignalement 2013 meldt dat er in 2012 meer arme werkenden (348.000) zijn dan arme uitkeringsontvangers (255.000). Bijna twee derde van de arme kinderen (64% om precies te zijn) – dat zijn 240.000 kinderen – komt uit een gezin met werkende ouders. Ook dit vraagt om een kritische analyse van hetgeen aan de gang is in onze samenleving. In plaats daarvan wordt een beleid ontwikkeld dat steeds meer gekenmerkt wordt door drang en dwang ten opzichte van armen. In plaats van armoede te bestrijden, bestrijdt de overheid als het ware armen. Die tendens wordt niet gekeerd of goed gemaakt door het feit dat de gemeenten enig extra geld krijgen voor het bestrijden van armoede. Alleen al het invoeren van de kostendelersnorm zal veel huishoudens die het nu nog net redden in de problemen brengen. Het extra geld zal te weinig blijken te zijn om alleen al de ergste effecten van deze maatregel op te vangen.

Wat het NHP 2014 te melden heeft over armoedebestrijding staat ver af van de dagelijkse werkelijkheid van arme mensen. Die constatering maakt de geloofwaardigheid van de overheid er niet groter op. Ooit was de overheid het schild der zwakken. Van die sociale functie is de huidige overheid heel ver weggedreven. De kloof die daarmee ontstaan is tussen overheid en burgers wordt niet overbrugd door mooi-weer-rapporten naar Brussel te sturen. Om de groeiende kloof te dichten zal de overheid – zowel de rijksoverheid als de lokale overheden – veel meer in gesprek moeten met groepen burgers die de pijn en de moeite van de groeiende verarming dagelijks aan lijf en ziel ervaren. In deze te voeren gesprekken zal duidelijk worden dat het beleid van de rijksoverheid een van de belangrijkste oorzaken is voor een groeiend gevoel van onzekerheid en ongenoegen bij burgers. In de rapportage van de NSR 2014 wordt een paragraaf opgenomen over armoedebestrijding en over de bestrijding van problematische schulden. Maar die rapportage komt bij arme mensen over als een verhulling van hun werkelijkheid als de overheid niet de moed heeft haar eigen beleid kritisch tegen het licht te houden en een open dialoog aan te gaan over de oorzaken van de stijging van de armoedecijfers.

De Sociale Alliantie zal doorgaan om de overheden – landelijk en lokaal – de spiegel voor te houden van de werkelijkheid waarin arme mensen verkeren.

Met strijdbare groeten,

Namens de Sociale Alliantie
Ruud Kuin, voorzitter
Raf Janssen, secretaris

Naar boven

Wilt u deze webpagina met iedereen of een groep in een netwerk delen, klik dan op één van onderstaande knoppen:



Externe link:

  • Klik hier om naar de eigen website van de Sociale Alliantie te gaan.

naar boven

Naar overzichtspagina sociale alliantie

 

Sociale Alliantie