+ leeg -
Jeannet Janssen Duyghuysen

Ouder en Kind centra

Plekken van ontmoeting en creativiteit

Afgelopen oktober was Jeannet Janssen Duyghuysen te gast op de Inspiratiedagen die we met een groep vrouwen hadden in Huissen (zie Arme Krant december 2008). Omdat het verhaal dat zij daar vertelde over het ontstaan en functioneren van Moedercentra in Nederland een groter publiek verdient, heb ik een afspraak met haar gemaakt op haar werkplek bij welzijnsorganisatie Tandem in Nijmegen om nog eens door te praten over de activiteiten en de betekenis van deze centra voor de mensen die er komen en voor de buurt waarin zij staan.

De Moedercentra zijn voortgekomen uit het buurtopbouwwerk. Het opbouwwerk richt zich vooral op het naar boven halen van de eigen kracht van mensen. Bij het buurtopbouwwerk waren vaak mannen betrokken, die zich bezighielden met fysieke problemen in de wijk (een veldje om te sporten, kapotte speeltoestellen etc.). Vrouwen kijken vaak anders naar hun omgeving en signaleren andere dingen die ze belangrijk vinden: zij wilden bij elkaar komen om het te hebben over problemen bij het opvoeden van hun kinderen. Zo kwam het eerste Moedercentrum van de grond in Den Haag, al snel gevolgd door centra in andere steden, eerst vooral in de Randstad, intussen verspreid over het land. Soms heet het Moedercentrum, soms Ouder en Kind centrum en er zijn ook enkele Vadercentra. Maar volgens Jeannet zijn het toch vooral vrouwen, samen met hun kinderen, die elkaar ontmoeten en actief zijn in de centra.

Zelfgebouwd huis op vier pijlers

Een Ouder en Kind centrum is gericht op de buurt of wijk waarin het staat. Jeannet legt uit dat je het kunt zien als een huis dat rust op vier pijlers: 1. Zelforganisatie en zelfbeheer. Alle activiteiten worden door de bezoek(st)ers zelf georganiseerd en in eigen beheer, onder eigen verantwoordelijkheid, uitgevoerd. 2. Er is een open aanbod van activiteiten, bedacht en uitgevoerd door de deelneemsters zelf, gebaseerd op hun wensen en wat zij zelf belangrijk vinden. Dat betekent dat de vrouwen met elkaar overleggen wat zij willen en hoe ze dat dan kunnen realiseren. 3. Inzet en werk worden altijd beloond. Dat wil zeggen: er wordt altijd gekeken hoe ieders inbreng zichtbaar gemaakt kan worden, op wat voor manier waardering tot uitdrukking gebracht kan worden en hoe de inzet erkend en beloond kan worden. Dat kan een financiële beloning zijn of in natura, maar ook een uitruil van diensten. Steeds wordt ook bekeken of en hoe vrouwen eigen inkomsten kunnen verwerven. 4. Kinderen horen erbij. Kinderen kunnen altijd mee, die hoef je niet naar een crèche te brengen of anderszins opvang te regelen. Als het nodig is, bijvoorbeeld tijdens een cursusactiviteit, wordt er oppas geregeld.

Verbindend dak en open deur

Het dak over de vier pijlers heen vormt de verbinding tussen de vier afzonderlijke punten. Dat komt vooral tot uitdrukking in het leren leiding te nemen, wat betekent dat de deelneemsters zich afvragen: wat wil ik? wat wil de ander? en hoe doen we het samen? Iedereen kan dat leren en wordt daartoe gestimuleerd. Het dak, de verbinding, betekent ook een verbinding tussen verschillende culturen: iedereen kan meedoen. De voordeur van het huis staat altijd open, voor mensen die een kijkje willen komen nemen, voor contacten in de buurt of met andere Moedercentra. "Daarmee drukken we uit: we kunnen van elkaar leren en elkaar inspireren en we willen in beweging blijven, in contact met allerlei ontwikkelingen in de samenleving. Zo is er vaak samenwerking met (open) scholen in de buurt."

Activiteiten

Wat voor activiteiten er in een centrum ontwikkeld worden hangt samen met de creativiteit in de bezoekersgroep. "Het startpunt is altijd: wat vinden de vrouwen leuk? Wat bindt hen? Vaak begint het met het organiseren van een koffieochtend. Daaruit ontstaat soms een multiculturele kook- en eetgroep: proeven uit de keuken van je buurvrouw. Dat is iets anders dan 'wat stinkt het op die galerij'. Er is ook wel eens een Suikerfeest georganiseerd samen met een Zorgcentrum in de wijk. Na verloop van tijd komt er vaak een wens om iets te leren en als er genoeg vrouwen zijn met belangstelling voor een onderwerp, dan zorgen zij zelf dat er een cursus of training komt."

Nijmegen

Ouder en Kind centrum NijmegenNijmegen telt vijf OKC's, die financieel worden ondersteund door de gemeente. "Men noemt het hier Ouder en Kind centra om aan te geven dat mannen ook welkom zijn. Maar mannen zie je toch niet zo veel", zegt Jeannet. Ook mensen zonder kinderen zijn welkom: er komen ook vrouwen die niet veel sociale contacten hebben en zich geïsoleerd voelen. Elk centrum heeft een bescheiden budget voor activiteiten en kan 12 uur per week beschikken over een welzijnswerkster om de groep(en) deelneemsters te ondersteunen, als daar behoefte aan is. Er wordt steeds meer gekeken of taken die de actieve bezoeksters in een centrum uitvoeren kunnen gelden als leerwerkplek of als participatiebaan. Daarmee ontstaan werkplekken die vaak een voorbeeldfunctie hebben voor de omgeving. Het zijn extra aantrekkelijke voorbeelden, omdat ze betaald werk met zorg combineren (kinderen kunnen mee naar de werkplek). Een paar jaar geleden hebben deelneemsters uit de Nijmeegse Ouder en Kind centra het project 'Big Mama, little sister' georganiseerd: enkele vrouwelijke Nijmeegse politici werden uitgenodigd om te luisteren naar de ervaringen van de vrouwen uit de moedercentra. Er werd een lijst gemaakt van knelpunten die speelden en de politici werd gevraagd te helpen die op te lossen en zich daarbij op drie punten te concentreren. Dit is een groot succes geworden, waarna er ook in andere steden 'Big Mama'-bijeenkomsten zijn geweest.

Sterke punten

Sterke punten van de Moedercentra zijn dat zij zich van onderop ontwikkelen, dat ze een vertrouwensrelatie hebben met bewoners van een wijk en dat zij een groot bereik hebben, in Nijmegen zo'n 60 vrouwen per centrum en bij sommige activiteiten een paar honderd. Dit heeft er onder meer toe geleid dat Moedercentra een gewild punt zijn voor andere organisaties om informatie of voorlichting te verspreiden.

Landelijk Netwerk

Er is een landelijk netwerk Moedercentra (www.moedercentra.nl) dat zich vooral richt op het uitwisselen van ervaringen tussen de verschillende centra in het land, om te kijken wat men van elkaar kan leren. Een actueel punt van aandacht is: hoe is men in de verschillende centra bezig met 'participatie', vooral met het vertalen daarvan naar betaald werk (ID-banen, EVC, leer-werkplekken etc.)? Jeannet vertelt dat er in Nijmegen in dat kader geëxperimenteerd wordt met het betalen van opleidingskosten voor een deelneemster in een OKC die een HBO-opleiding volgt en haar werkzaamheden in het centrum als praktijk/stage mag opvoeren. Een nieuw punt van aandacht vormen de zogenoemde NUGgers, niet-uitkeringsgerechtigden. Dat zijn vrouwen die geen recht hebben op een uitkering en vaak over het hoofd worden gezien.

Meer info

Wie meer wil weten over Moedercentra kan op www.spectrum.nl de publicatie bestellen 'Van initiatief tot Moedercentrum', een stappenplan voor het opzetten van een Moedercentrum. Op de site www.mine.cc kun je meer lezen over de internationale beweging van Moedercentra, die daar International Network for Empowerment heten.
Ik bedank Jeannet hartelijk voor haar enthousiaste verhaal en voor alle informatie die zij met mij en met de lezers van de Arme Krant heeft willen delen. Ik denk dat de Moedercentra veel kunnen betekenen voor vrouwen aan de arme kant en ik hoop dan ook dat wij elkaar in de toekomst vaker tegen zullen komen.

Nel de Boer

Naar de top van de pagina

De Arme Krant van maart 2009 bevat ook een middenkatern met een special over kerstpakkettenacties.
Klik hier voor meer informatie.

Naar startpagina Arme Krant van Nederland

Naar overzichtspagina publicaties

 

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player