A leeg A
Aanscherping Wet Werk en Bijstand

Aanscherping van de Wet Werk en Bijstand (WWB)

Artikel uit de Arme Krant van Nederland - december 2011

Klik hier om dit artikel te downloaden als Word-document

De Tweede Kamer heeft begin oktober de aanscherping van de Wet Werk en Bijstand aangenomen. Hoewel er de hoop is dat het niet gebeurt, is de verwachting dat de Eerste Kamer op 20 december 2011 ermee instemt. De gevolgen gaan begin januari 2012 meteen tellen voor nieuwe situaties. Als overgang voor oude situaties geldt een aanpassingsperiode van een half jaar tot maximaal een jaar. De aanscherping van de WWB betreft een negental punten, die hieronder afzonderlijk besproken worden.

Samenvoegen WWB en WIJ

De uitgangspunten van de WIJ blijven dat jongeren óf moeten werken óf leren. Werkleerrecht wordt werkleerplicht. Eigen verantwoordelijkheid van de jongere staat nu voorop. De voornaamste verandering is dat het bestaande recht op werkleeraanbod wijzigt naar een aanspraak op ondersteuning. Een jongere krijgt na school of afloop van stage of werk eerst een periode van vier weken wachttijd. In die maand moet de jongere zelf zoeken naar werk of opleiding voordat aanspraak op ondersteuning kan ontstaan. Studiefinanciering wordt gezien als voorliggende voorziening en telt mee bij de vaststelling van de uitkering. Er is geen recht op een uitkering als de jongere kan terugkeren naar school of de jongere geen aantoonbare inspanningen heeft gepleegd en onwillig is/blijft om aan het werk te gaan.

Naar de top van de pagina

Bijstelling hoogte van de uitkering

Door maatregelen van het vorige kabinet Balkenende (afbouw dubbele heffingskorting voor kostwinners) stijgt de bijstandsuitkering in de komende jaren harder dan het netto minimum-loon. Zonder maatregelen is vanaf 2018 de netto bijstand voor een stel dat niet betaald werkt hoger dan de netto inkomsten van een kostwinner met betaald werk die het minimumloon verdient. Daarom wordt de dubbele heffingskorting voor bijstandsgerechtigden afgeschaft. Hierdoor daalt de bijstand in stappen in de komende zes jaar met 14%.

Naar de top van de pagina

Aanscherping gezinsbijstand en huishoudinkomenstoets

De voornaamste wijziging betreft de nieuwe definitie van het gezin en de invoering van een huishoudinkomenstoets in plaats van de partnertoets. Op grond van deze herdefiniëring gaan er binnen de WWB drie regimes gelden: voor jongeren tot 27 jaar; voor mensen van 27 tot 65 jaar; en voor mensen ouder dan 65 jaar met een onvolledige AOW-uitkering (AIO, onderdeel WWB).

Naar de top van de pagina

Nieuwe definitie van gezin

De nieuwe definitie van het begrip ‘gezin’ luidt: “De gehuwden tezamen, de gehuwden met minderjarige en meerderjarige kinderen en de alleenstaande met zijn/haar meerderjarige kinderen die in de zelfde woning hun hoofdverblijf hebben.” Onder meerderjarige kinderen worden ook verstaan de stiefkinderen en de aangetrouwde kinderen.
Binnen het gezin kunnen de gezinsleden niet meer individueel een bijstandsuitkering aan-vragen. Het gezin is het subject van bijstand en een aanvraag voor een uitkering dient ge-zamenlijk te geschieden. Het gezin als eenheid krijgt recht op de bijstandsnorm van 100% van het netto referentieminimumloon. De inkomensmiddelen van alle gezinsleden dienen bij de bijstandverlening in aanmerking te worden genomen.

Naar de top van de pagina

Niet tot het gezin behoort:

  1. Een meerderjarig kind dat studeert of een opleiding volgt en aanspraak kan maken op óf Wet studiefinanciering óf een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming on-derwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) en wiens inkomen (inclusief studiefinanciering) niet meer dan 80% van het netto minimumloon inclusief vakantietoeslag bedraagt.
  2. Een zorgbehoevend gezinslid dat jonger is dan 65 jaar. Er is sprake van een zorgbe-hoevend gezinslid als het gezinslid beschikt over een geldig indicatiebesluit AWBZ voor 10 of meer uren zorg per week en deze zorg voor minstens dat aantal uren door een ander gezins-lid wordt verleend. Indien dit het geval is heeft de zorgbehoevende recht op individuele bijstand. De overige gezinsleden blijven aangemerkt als gezin.

Naar de top van de pagina

Tegenprestatie naar Vermogen

Van mensen die een beroep doen op de solidariteit van de samenleving en een uitkering ontvangen, mag een tegenprestatie worden gevraagd. Gemeenten krijgen ruimere mogelijk-heden op dit gebied. De belangrijkste verandering is dat de gemeente de bevoegdheid krijgt om mensen met een WWB-, IOAW- of IOAZ-uitkering te verplichten om onbeloonde maat-schappelijk nuttige werkzaamheden te laten verrichten. Deze tegenprestatie hoeft dus niet nuttig te zijn voor de ontwikkeling richting arbeidsmarkt. De maatschappelijk nuttige werk-zaamheden dienen zich te onderscheiden van werkzaamheden die tot de reguliere arbeids-markt behoren. Het gaat om additionele werkzaamheden. Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde werkzaamheden is afhankelijk van onder meer economische factoren en van de keuzes die mede op basis daarvan door bedrijfsleven of verschillende overheden (ge-meenten) worden gemaakt.

Naar de top van de pagina

Beperking verblijfsduur in het buitenland

Bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar wordt een vakantieperiode van maximaal 4 weken per kalenderjaar met behoud van uitkering in het buitenland toegestaan. Bijstandsgerechtigden van 65 jaar en ouder mogen maximaal 13 weken (Amendement Sterk nr. 29) per kalen-der jaar met behoud van uitkering in het buitenland verblijven. Dankzij het gewijzigd amendement Ortega-Martijn/Sterk nr. 71 kan er aan bepaalde categorieën vluchtelingen jonger dan 27 jaar na de melding een voorschot op de bijstand verleend worden als de omstandigheden dat noodzakelijk maken.

Naar de top van de pagina

Alleenstaande ouders in de bijstand

De behandeling in de Tweede Kamer heeft geleid tot de volgende regeling. De vrijlating van inkomsten uit arbeid voor alleenstaande ouders met een kind onder de 12 jaar is uitgebreid. Alleenstaande ouders kunnen voor een periode van maximaal 3 jaar in aanmerking komen voor vrijlating van 12,5% van hun netto inkomsten uit arbeid tot een maximum van € 120,- per maand. Deze vrijlating geldt niet voor jongeren onder de 27 jaar. De nieuwe vrijlating vervangt de bestaande vrijlating voor alleenstaande ouders van heffingskortingen.
De Wet Voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders (Vazalo) wordt ingetrokken.

Normering inkomensgrens gemeentelijk minimabeleid op 110% WML
Gemeenten dienen voortaan voor alle doelgroepen waarvoor categorale bijstand mag worden verleend een inkomensnorm van 110% Wettelijk Minimum Loon aan te houden. Het behelst categorale voorzieningen als de langdurigheidstoeslag, de bijzondere bijstand aan chronisch zieken en gehandicapten, ouderen, mensen met schoolgaande kinderen, de collectieve aanvullende ziektekostenverzekeringen, stadpassen en voorzieningen op sociaal-cultureel terrein. De inkomensnorm geldt niet voor kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen en ook niet voor het verstrekken van individuele bijzondere bijstand.
Bij de behandeling van de Aanscherping WWB is de Motie Sterk (kamerstuk 32815 nr. 44) aangenomen. Deze motie roept de regering op om een regeling binnen de bijzondere bijstand uit te werken voor de onvermijdbare kosten voor levensonderhoud van gezinnen met drie of meer volwassen personen die wel willen werken maar niet kunnen werken of niet (langer) in staat zijn om te werken, waarvan financiering plaatsvindt uit de middelen van de bijzondere bijstand.

Naar de top van de pagina

Verordeningsplicht participatie schoolgaande kinderen

Door aanpassing van artikel 8 van de WWB worden Gemeenteraden verplicht een verorde-ning op te stellen met betrekking tot het verlenen van categoriale bijzondere bijstand voor de kosten in verband met maatschappelijke participatie van ten laste komende kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding volgen (conform artikel 35, vijfde lid, van de WWB). De gemeenteraden zijn gehouden om in ieder geval in de verordening invulling te geven aan het begrip maatschappelijke participatie. De effecten van deze verordeningsplicht worden na twee jaar geëvalueerd. Vervolgens wordt beoordeeld of het wel of niet wenselijk is om struc-tureel te blijven verplichten om op het beleidsterrein van participatie van kinderen, regels in een verordening vast te leggen.

Naar de top van de pagina

Inkomen uit studiefinanciering

Dit voorstel betreft de reparatie van de WWB na wijziging van de Wet Studiefinanciering
2000 (WSF 2000). Door wijziging van de WSF 2000 (per september 2007) sluiten de bedra-gen van de WWB per abuis niet meer aan bij het bij de WSF 2000 gehanteerd normbudget voor levensonderhoud, waardoor er thans bij de bijstandsverlening rekening wordt gehouden met een te laag bedrag.

Naar de top van de pagina

Aanpassen gemeenteverordeningen

Als de aanscherping van de WWB doorgaat na aanname door de Eerste Kamer betekent dat de gemeentelijke verordeningen in het kader van de WWB moeten worden aangepast.
Het betreft:

  • Maatregelenverordening WWB
  • Verordening toeslagen- en verlagingen WWB
  • Verordening Reïntegratiebeleid
  • Verordening Bestrijding misbruik en fraude
  • Verordening Verlaging uitkeringen (sancties)
  • Verordening Cliëntenparticipatie
  • Daarnaast moet er een nieuwe verordening worden gemaakt voor de participatie van schoolgaande kinderen.

Hub Crijns (directeur landelijk bureau DISK) en Else Roetering (Ambtelijk secretaris Landelijke Cliëntenraad)

Een documentaire over rondkomen op het minimum en wat de nieuwe wetgeving in petto heeft, kunt u hier bekijken (Zembla, Gezinnen zonder geld):

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.
 



Naar de top van de pagina

Naar startpagina Arme Krant van Nederland

Naar overzichtspagina publicaties