+ leeg -
Manifestatie Vluchtelingen op straat. Foto: Paul van den Berg

Noodsignalen uit het paradijs

Artikel uit de Arme Krant van Nederland - december 2011

Klik hier om dit artikel te downloaden als Word-document

Barmhartigheid is werken in de marge, met en voor mensen in nood. Het is geen sentiment, geen idee, geen bevlogenheid, maar onbaatzuchtige daadkracht, gedreven door geloof en diep geworteld in de werkelijkheid.

Woorden als barmhartigheid, caritas, of mooier nog, misericordia tref je niet aan in sociale, financiële en politieke analyses van het nationale welbevinden. Ze horen er niet in thuis. Ze zijn van een andere orde. En toch ook jammer. Een barmhartigheidsindex zou een uitstekende graadmeter zijn voor de spirituele en sociale leefbaarheid van een samenleving.

Barmhartigheidsindex

Net zoals caritasorganisaties en diaconieën merkt ook de katholieke ontwikkelingsorganisatie Cordaid hoe hard die barmhartigheidsindex in ons land aan het dalen is. Neem 27 september jl. Op die dag is er op het Spuiplein in Den Haag een manifestatie van en voor asielzoekers en migranten zonder papieren. De aanwezige mannen en vrouwen tekenen vreedzaam protest aan tegen het inhumane asiel- en terugkeerbeleid. Het is een beleid dat hen óf de straat op jaagt óf vastzet in detentiecentra. Die detentie moet aanzetten tot terugkeer, maar doet dat niet. Een bataljon aan terugkeer- en uitzetfunctionarissen constateert al geruime tijd dat terugkeer niet mogelijk is. Bijvoorbeeld omdat er geen reisdocumenten worden afgegeven door de ambassade van de landen van herkomst. Bijvoorbeeld omdat de gedetineerden uit een land komen dat geen erkende overheid heeft. Als een honderdtal van deze ‘illegalen’ op 27 september samenkomt en de openbare (media)ruimte opzoekt, dan getuigt dat van moed.

Naar de top van de pagina

Politieke stemmen verheffen zich

Zodra bij de Partij Voor de Vrijheid bekend raakt dat Cordaid de zelforganisatie Vluchtelingen op Straat met een klein bedrag heeft gesteund om dit protest te organiseren, zijn de rapen gaar. Binnen de kortste keren komen er Kamervragen van PVV-Kamerleden Fritsma en Driessen. Cordaid zou een ‘misleidende’ organisatie zijn, die overheidsbeleid ‘dwarsboomt’, ja zelfs ‘saboteert’. Of de minister bereid is om die redenen de volledige overheidssubsidie aan Cordaid in te trekken? Op veel plekken in de wereld helpt Cordaid stemloze en uitgesloten groepen en gemeenschappen om hun stem te laten horen, om hun krachten te bundelen. Dat gebeurt in landen die verscheurd worden door politiek gewapend geweld of die gebukt gaan onder dictatoriale regimes, maar ook in democratische staten waar minderheden, kasten, vrouwen, boeren of mijnwerkersgemeenschappen worden uitgebuit en onderdrukt. Ook in Nederland komt Cordaid op voor mensen in de marge; gezinnen die het moeten hebben van de voedselbank, personen die in de schuldsanering zitten en die wegzakken in de armoede. En voor migranten, mensen die ‘ergens ver weg’ op de vlucht slaan voor omstandigheden die wij ons met de beste wil van de wereld niet kunnen voorstellen en die, god zij geprezen, terecht komen in het land van Spinoza en Erasmus.

Naar de top van de pagina

De Sociale Staat van Nederland

Manifestatie van Vluchtelingen op Straat Foto: Paul van den BergHet Sociaal Cultureel Planbureau concludeert dat het de laatste tien jaar goed gaat met Nederland. De kwaliteit van leven is zo hoog dat Hendrik Spiering ons land omdoopt tot ‘paradijs aan de Noordzee’ (NRC van 16 november). Maar in de marge van dat paradijs rafelt het hard. Je kunt er zien hoe ons ‘stormbevochten land van kavels’ zijn barmhartigheid aan het verliezen is. Aan de poorten van ons paradijs leven medemensen die niet bezig zijn met koopkracht of recessie, maar die uit persoonlijke nood hun toevlucht willen zoeken in onze welvarende kavels. Mensen die uit ‘den vreemde’ komen, van verre contreien en haarden die wij denken te kennen uit journaals en voorpagina’s. Mensen zonder have of goed die we, omdat ze uit landen komen die niet op onze kavels lijken of uit landen met een BNP dat ons niet hoog genoeg is, als hamsters loodsen langs grenscontrole, schifting, opvang en terugkeer. Mensen die ook de collectieve namen hebben gekregen die bij die procedure horen. Namen van beheersing en van uitsluiting. ‘De asielzoeker’, ‘de illegaal’, ‘de ongewenst verklaarde’, de ‘onuitzetbare’, de ‘geklinkerde’, de ‘AMV’ (=alleenstaande minderjarige vreemdeling). Mensen die jaren van wachten en hopen doorbrengen in detentiecentra of onder de grond, omdat er ‘help mij’ op hun CV staat. ‘Ongedocumenteerden’ voor wie het zich op Nederlandse bodem bevinden, zelfs maar één minuut, een strafbaar feit dreigt te worden nog vóór de individuele schuldvraag wordt gesteld. Mensen die wij, met een onbedwingbare rubriceerdrang en in een zondebokreflex, bouwend aan en genietend van ons paradijs, onmenselijke namen zijn gaan geven. Vroeger was ‘illegaal’ vooral iets wat je niet mocht doen, iets dat je kon voorkomen door je voorbeeldig te gedragen. Nu is het een categorie mensen: zij die aankloppen op onze poort en die we collectief niet willen binnenlaten, omdat we anders minder knus de wereldwijde en nationale crises denken door te komen. De marge van ons paradijs is een no man’s land. Volgens Hannah Arendt een ‘wereldloos’ land, zonder toegang tot de openbare en politieke ruimte waarin je als individu je rechten kan afdwingen. Een ‘onderland’ waar de categorie waartoe je onvrijwillig behoort (minderjarig/meerderjarig, land van herkomst, land van binnenkomst…) bepaalt of je recht hebt op vrijheid en op een menswaardig bestaan, en waarin de regie over het eigen bestaan het aflegt tegen de richtlijn en de procedure. Het zit vol mensen in dit onderland; mensen op de vlucht die we van de overheid en van de heren Fritsma en Driessen geen vluchteling mogen noemen. Mensen die nergens mens mogen of kunnen zijn, niet waar ze vandaan kwamen, niet waar ze nu zitten, niet waar ze volgens de richtlijn behoren te zijn.

Naar de top van de pagina

Luister naar de noodsignalen in het paradijs

Natuurlijk werd de stem versterkt en luid ingezet Foto: Paul van den BergGeestelijk verzorgers die voor ‘illegale’ migranten in detentiecentra werken, worden in de praktijk monddood gemaakt. De overheid maakt het voor hen nagenoeg onmogelijk om buiten de detentiecentra te vertellen over de omstandigheden die ze daar aantreffen, zonder het risico te lopen ontslagen of overgeplaatst te worden. Met andere woorden: hun gewetensvrijheid en hun kerkelijke roeping om toe te zien op humaniteit in de detentiecentra wordt beperkt. Het Gerechtshof in Den Haag bepaalde dat de overheid geen gezinnen met minderjarige kinderen zonder voorzieningen op straat mag zetten. Minister Leers gaat hiertegen in cassatie. Het kind van vluchtende ouders wordt bijgevolg een minderjarige ‘illegale’ dakloze. Hop, daar gaan ze, met een euro of vijf de winter in. Terwijl er in de nok van het paradijs wordt onderhandeld over weerzinwekkende bonussen aan falende bankdirecteuren, treffen onze dakloze ‘illegalen’ in de buik van het paradijs de andere restjes Nederland, die door de bezuinigingen in groeiende aantallen de straat op worden gejaagd: zwervers, verslaafden, psychiatrische patiënten, mensen die met een slinkend PGB het hoofd niet boven water kunnen houden en ander ‘werkschuw tuig’ dat er maar niet in slaagt zichzelf de VOC-mentaliteit aan te meten. Luister naar Amnesty International en Vluchtelingwerk, die zich met hand en tand verzetten tegen wat zij noemen de ‘onnodige criminalisering en marginalisering van vreemdelingen’.

Naar de top van de pagina

Een stem uit Burundi in Nederland

Of luister naar Godefroid Nimbona, Cordaid-medewerker uit Burundi die zich met het Programma Nederland inzet voor migranten en vluchtelingen. “Begin jaren negentig zag ik hoe de bevolking van mijn land in de greep kwam van angst en crisis, een synergie die fataal bleek. In tijden van onrust of onzekerheid zie je vaak dat scheidslijnen tussen groepen scherper worden getrokken. Groepen worden tegen elkaar uitgespeeld, plots zijn er zondebokken. Een crisis wordt politiek als overheden en machthebbers die antagonie gaan aanwakkeren of erger nog gaan vastleggen in overheidsbeleid. Als het slecht gaat in Burundi dan zie je dat bijvoorbeeld de homo’s het moeten ontgelden. In 1993 was er voor het eerst sprake van ‘rebellen’ die het land op stelten kwamen zetten. Dit waren Burundiezen, maar ook Tanzanianen of Congolezen werden met de vinger gewezen. En huishoudelijk personeel dat van het platteland kwam, in de steden werkte en dat er een beetje anders uitzag, werd als onbetrouwbaar gezien. De angst laaide op. ‘Vreemdelingen’ die sowieso al in een kwetsbare positie zitten, werden opgejaagd. Later escaleerde de boel, zoals we weten. Ik heb het ook op andere plekken in de wereld gezien: straatkinderen, landloze boeren, zwervers… mensen en groepen in een marginale en bedreigde positie worden, als crisis en angst samengaan, plots gezien als een bedreiging. Dat is een gevaarlijke omkering. De uitsluiting wordt gezien als de oplossing. Die zondebokreflex herken ik in het Nederlandse asielbeleid en in het sociale klimaat hier. Kwetsbare groepen worden kwetsbaarder gemaakt. En zowel de politiek als een groot deel van de bevolking ziet in het verder uitkleden van mensen die al amper rondkomen en in het detineren, ondergronds jagen of uitzetten van vreemdelingen een oplossing voor een crisis waar ze zelf het minste van voelen.”

Naar de top van de pagina

Constructiefouten in het paradijs

Als we honderdduizend medemensen ‘illegaal’ noemen en hen daarmee categorisch een ‘wereldloze’ en rechtenloze illegaliteit injagen; als we zestigduizend ‘onuitzetbaren’ detineren, hun telefoontijd limiteren, hun post openen, hun levens ophangen aan de kale haak van de richtlijn, en als wij dat normaal vinden, in Nederland, in Europa, in ‘deze tijden van crisis’, als dit ons antwoord is op ‘de wereldwijde migratieproblematiek’, dan zit er een joekel van een constructiefout in de fundamenten van ons paradijs.
Als de gewetensvrijheid van geestelijk verzorgers in detentiecentra wordt geschonden; als je je met hulp aan ‘illegalen’ in de toekomst wellicht medeplichtig maakt aan een strafbaar feit en als een organisatie als Cordaid door leden van de zittende macht als ‘saboteur’ wordt weggezet, omdat wij het opnemen voor stemloze en wereldloze medemensen in nood, dan is de barmhartigheidsindex in dit land dieper gekelderd dan om het even welke beurskoers.

Frank van Lierde, corporate redacteur bij Cordaid

Aan dit artikel hebben meegewerkt Marianne van Dockum (lid van het Landelijk Katholiek Diaconaal Beraad), Kristel Ashra en Godefroid Nimbona, werkzaam bij Cordaid Sector Programma Nederland. Meer weten: www.cordaid.nl.



Naar de top van de pagina

Naar startpagina Arme Krant van Nederland

Naar overzichtspagina publicaties